Het spreekt vanzelf - maar het gebeurt niet altijd! - dat functionarissen de kerkelijke stukken die zij in hun functie ontvingen of opstelden bij hen aftreden netjes overdragen aan hun opvolger. Die stukken zijn namelijk geen persoonlijk eigendom, maar eigendom van de kerkelijke gemeente. Er liggen vaak afspraken over personen of gebouwen in vast, die tientallen jaren geldig zijn. Soms is het noodzakelijk om na te gaan hoe een bepaald besluit tot stand is gekomen. Ook moet bijvoorbeeld altijd terug te vinden zijn wanneer iemand is gedoopt.


Een andere, maar niet minder belangrijke reden is: archiefstukken zijn de bronnen voor de geschiedschrijving. Allereerst natuurlijk voor de eigen gemeente ter gelegenheid van een jubileum, de ingebruikname / sluiting van een kerkgebouw of ten behoeve van een gids voor nieuw ingekomenen, artikelen in het kerkblad, jaarboekje enz. Maar daarnaast is het kerkarchief van belang voor de plaats en de regio waar de kerk gevestigd is. Deze zgn. cultuurhistorische waarde kan voor de overheid reden zijn om deze archieven in haar archiefbewaarplaatsen op te nemen. Daar zijn ze veilig en kunnen ze onder deskundig toezicht worden geraadpleegd.


 De kerkelijke gemeente is dus zuinig op haar archieven, als sporen van haar verleden. Ook omdat ze méér is dan een vereniging. Ze staat in de traditie van `Gods volk onderweg', zich bewust van haar herkomst en van haar toekomst.