Dit is iemand die door de kerkenraad wordt benoemd met als speciale opdracht: het beheren van de oudere archieven. Hij /zij moet zorgen dat de archieven op tijd door de scriba, secretarissen, penningmeesters enz. worden overgebracht naar de centrale archiefruimte van de kerk. Ook spoort de archiefbeheerder zoekgeraakte archiefgedeelten op, bijvoorbeeld via een oproep in het kerkblad. Tot het beheer behoort tevens het `schonen' van de archieven, waarbij de overbodige stukken worden vernietigd. Daar zijn richtlijnen voor (zie bijlage 5.2 = Selectielijst). Daarna worden de te bewaren stukken per archief geordend en beschreven, zodat ze in de juiste volgorde kunnen worden verpakt. Hoe dat moet, komt uitgebreid aan de orde in hoofdstuk 4. Een archief dat beschreven is, is goed toegankelijk, zodat de archiefbeheerder snel kan reageren als de scriba of anderen stukken opvragen uit het kerkarchief. Wanneer de kerkenraad besluit het archief in bewaring te geven bij een archiefdienst van de overheid (gemeente of rijk),

dan is de archiefbeheerder nauw betrokken bij de inbewaringgeving. Later zorgt hij /zij ervoor, dat aanvullingen daarheen worden overgebracht.